
Bij jou
Als de parelduiker verschijnt, in prachtig getekende bruidskleed, witte plekken op de flanken
Ben ik dan te laat?
Als een frater neerstrijkt met gele dwarsstrepen, dieproze stuit
Ben ik dan niet veels te laat?
De nachtegaal wordt geroemd door 't rijke, gevarieerde lied, onopvallend verenkleed
Misschien, ben ik toch op tijd?
Tot 't universum ongeslagen weerklinkt, zonder naam, vorm of klasse.
Een blauwgrijze boomklever klimt, luide slagen van een beitelachtige snavel
Mag ik bij jou?
